Hij komt.. Hij komt..

Nog een paar dagen en dan is het weer zo ver, de intocht van Sinterklaas en zijn pieten. 13 November start het sinterklaasjournaal en vanaf dat moment zijn vooral basisschoolkinderen in de ban van dit gezellige kinderfeest.

En zoveel enthousiasme en verwondering, brengt ook spanning met zich mee. Sommige kinderen kunnen hier heel goed mee om gaan, zij hebben er wel zin in maar gedragen zich er niet tot nauwelijks anders om.

Andere kinderen vinden het zo vreselijk spannend, lastig of druk dat ze zich terug trekken, negatief gedrag gaan vertonen , er slecht van slapen of juist heel vroeg wakker zijn. Dat ze hun rust eigenlijk hard nodig hebben alleen niet krijgen in deze weken maakt dat ze vaak al overprikkeld en oververmoeid aan pakjesavond beginnen. Het kan daarom zijn dat het hen dan niet meer lukt om ‘leuk’ mee te doen in het programma dat je als ouders voor ogen hebt.
Daarbij kunnen kinderen ook angsten of zorgen hebben over deze dagen. Vooral het verhaal over de roe en het ‘mee gaan in de zak naar Spanje’, kan voor kinderen angstig zijn.
Het biedt hen veiligheid wanneer ouders hier niet op inspelen door er gebruik van te maken als pressiemiddel maar juist door hen ervan te verzekeren dat dit hen niet zal overkomen.
Je kunt dit doen door de angst of zorg niet te bagatelliseren maar er samen even bij stil te staan.
‘Waar ben je bang voor?’, ‘Waar komt dit vandaan?’, ‘Hoe zou dit bij ons thuis gaan denk je?’ en ‘Wat kunnen we samen doen zodat jij je minder zorgen maakt?’

Daarnaast is voorspelbaarheid altijd fijn voor kinderen. Voor sommige kinderen is het voldoende om te weten wanneer Sinterklaas aan komt en waar en wanneer pakjesavond gevierd wordt.
Voor deze kinderen is mogelijk een aftelkalender en het maken van een verlanglijstje voldoende.
De kinderen die meer spanning en onrust voelen hebben mogelijk meer details nodig.

Je kunt visualiseren met en voor je kind hoe de komende periode eruit gaat zien. Kijk eens samen naar de foto’s van vorig jaar, eet alvast een handje pepernoten samen, vertel je kind zoveel mogelijk vooraf wat het kan verwachten en leg per dag uit hoe de volgende dag eruit gaat zien (wanneer gewenst bijvoorbeeld de ‘verrassingen’ zoals de dag dat rommelpiet op school komt).
Bespreek samen de onderwerpen waarvan jij verwacht dat je kind ermee rondloopt.
Voorbeelden hiervan zijn:

Waar is de intocht?                                        Hoe laat?
Met hoeveel mensen?                                   Hoe ziet het programma eruit?
Moet ik met de sint of piet praten?               Wat is hij me toch naar voren roept?
Wat als ik de liedjes niet ken?                      Krijgen we pepernoten?
Hoeveel?                                                       Zitten er ook snoepjes bij in?

 
Globaal kun je dit natuurlijk zelf uitleggen om zo antwoord te geven op alle vragen die je kunt bedenken. Toch is mijn ervaring dat het haast onmogelijk is om alle vragen die rondspoken in die kinderkoppies, zelf te bedenken.
Het mooiste zou dus zijn om de tijd en de verbinding met je kind te maken en hen uit te nodigen zelf te vertellen. Vaak gebeurd dit niet omdat je erom vraagt, maar vooral omdat er vanuit een verhaal of een gesprek ruimte is om te dagdromen.
Bij ons is dit moment bij bedtijd wanneer ik bij mijn dochter op bed lig te kletsen. Dan komen de echte verhalen, de vragen en al het andere dat in haar hoofdje spookt boven.

Ik nodig je uit om deze gesprekken met enige regelmaat te voeren met je kind, niet alleen deze weken maar ook daarna.
Wil je de leukste vraag of opmerking met ons delen? Laat dan een berichtje achter onderaan de pagina.
 

| November 2017 | Aadorp | JIJST Kindercoaching |